Verschenen in Supply Chain Solutions , juni/juli 2010
Auteur: Tina Claes
Foto’s beschikbaar gesteld door SKF
Lees ook over de werking van WASS
Bedrijven die een contract sluiten, nemen heel vaak het woord partnership in de mond. Maar een paar jaar later valt daar in de praktijk soms nog maar weinig van te merken. Dat kan niet gezegd worden van de relatie tussen SKF Logistics Services en softwareleverancier Consafe Logistics. Begin de jaren negentig sloten ze als jonge bedrijven een overeenkomst voor de implementatie van een warehouse management systeem (WMS) voor SKF Logistics Ser- vices. Vandaag is het systeem wereldwijd een van de succesfactoren voor de performantie van de operaties bij de logistieke dienstverlener. We hadden een gesprek met Otto Wieber, vice-president warehousing bij SKF Logistics Services, over het strategische belang van de samenwerking binnen de organisatie. Hoe de software in de praktijk werkt, schetste Joris Leys, warehouse operations manager bij SKF Logistics Services, aan de hand van de operaties in het European Distribution Centre in Tongeren.
Als producent is SKF gespecialiseerd in kogellagers, dichtingen en aanverwante producten. Eind de jaren tachtig identificeerde de organisatie het zelf beheren van haar logistiek als competitief voordeel binnen de markt. Toen het in 1993 door het Verdrag van Maas-
tricht gemakkelijker werd om centraal binnen Europa goederen op te slaan, greep SKF Logistics Services – de intussen opgerichte logistieke poot binnen de organisatie – zijn kans. In het kader van het ‘New European Distribution Structure’ project werden heel wat lokale warehouses opgedoekt. In de plaats daarvan kwam er een nieuw netwerk met een Europees Distributiecentrum in Tongeren voor de verdeling van spare parts aan de after market. Daar- naast bleven de warehouses die toebehoren aan de productiesites van Duitsland, Zweden, Italië en Frankrijk behouden om de OEM’s (Original Equipment Manufacturers) te beleveren. Om binnen het nieuwe netwerk de service te blijven garanderen, werd een Daily Transport System in het leven geroepen, waarbinnen een beroep wordt gedaan op een veertigtal forwarding agents. Met het oog op een grotere standaardisatie binnen dat nieuwe netwerk, werd de mogelijkheid onderzocht om stapsgewijs naar één enkel warehouse management systeem over te stappen. Aangezien geen enkele van de bestaande – vaak verouderde – systemen voldeed, volgde de selectie van een standaard WMS-pakket, met de bedoeling dat naar de persoonlijke behoeften van de organisatie te kneden en vervolgens wereldwijd uit te rollen.
BL: Hoe hebben jullie de selectie van het WMS aangepakt?
Otto Wieber: “We waren eerst en vooral op zoek naar een bekwame partner, die het gros van onze eisen kon afdekken. We wilden ook een systeem met één standaard interface, dat vlot kon worden gelinkt met zowel ons orderadministratiesysteem als met dat van onze klanten (vandaag komt ca. 15% van de omzet uit operaties met externe klanten). Daarnaast moet de geselecteerde partij bereid zijn om heel nauw met ons samen te werken en samen met ons verder te evolueren. Op basis van die criteria viel onze keuze op het Zweedse Consafe Logistics, dat toen nog MA Systems heette. Stap voor stap hebben we het pakket samen getransformeerd tot wat het vandaag is. Omdat we de software als ons eigen kind zijn gaan beschouwen, hebben we het pakket, dat eigenlijk Astro heet, omgedoopt tot WASS (Warehouse Administration Service System).”
BL: Wat hebben jullie zoal op maat laten ontwikkelen?
O. Wieber: “Uiteraard zit er nu veel meer standaard functionaliteit in het WMS van Consafe Logistics dan toen wij met de leverancier in zee zijn gegaan. Maar typisch voor onze activiteiten is bijvoorbeeld dat we met boxcalculaties en met heel veel gewichtscontrole werken. We hebben ook heel wat instructiecodes die aan een order vasthangen en waar de operatoren rekening mee moeten houden (zie ook WASS in praktijk).”
BL: Hadden jullie door het vele maatwerk geen schrik dat de ondersteuning op een bepaald moment niet meer gewaarborgd zou zijn?
O. Wieber: “We hebben heel veel energie gestopt in het vastleggen van een goed ondersteuningscontract. Maar uiteraard vraagt zo’n samenwerking heel veel vertrouwen. Nu nog steeds. Want elke keer als we een procesverbetering in ons WMS willen doorvoeren, moeten we bij Consafe Logistics aankloppen.”
BL: Is het niet moeilijk om zo’n partnership in een contract vast te leggen?
O. Wieber: “We betalen licenties voor elke site waar we het systeem gebruiken en voor extra ontwikkelingen wordt Consafe Logistics vergoed op basis van uurtarieven. En uiteraard werken we met Service Level Agreements.”
BL: Gezien het vele maatwerk, was het geen optie voor SKF Logistics Services om zelf een WMS te ontwikkelen?
O. Wieber: “We hebben van meet af aan de strategische keuze gemaakt om dat niet te doen. Dat is ook niet onze core business.”
BL: Kan Consafe de voor jullie ontwikkelde functionaliteit ook bij andere klanten gebruiken?
O. Wieber: “Ja, die mogelijkheid bestaat. Dat was ook van meet af aan de afspraak: Consafe Logistics zou voor ons een WMS ontwikkelen tegen een schappelijke prijs en in ruil daarvoor konden zij de functionaliteit die zij voor ons ontwikkelden ook aan de markt aanbieden.”
Continue verbetering
BL: In hoeveel warehouses van SKF Logistics Services wordt WASS vandaag gebruikt?
O. Wieber: “In achttien warehouses wereldwijd. Enkele warehouses – zoals die in Shangaï en Brazilië – gebruiken het pakket niet, omdat die door subcontractors worden gerund.”
BL: Ervaren jullie het als een groot voordeel dat jullie nu wereldwijd één standaard WMS hebben?
O. Wieber: “Het is zeer zeker een troef om wereldwijd dezelfde taal te spreken. Zo hebben we eind de jaren negentig in Singapore een warehouse volledig vernieuwd. Toen we daar het WMS hebben geïmplementeerd, konden we mensen vanuit Europa ter hulp sturen. We leren ook continu van elkaar en kunnen best practices van elkaar overnemen. En last but not least past WASS perfect binnen de integratiestrategie waar we bij SKF heel sterk de nadruk op leggen.”
BL: Jullie denken continu aan mogelijke verbeteringsslagen binnen jullie logistiek. Zijn daarbij ook mogelijkheden zoals RFID al de revue gepasseerd?
O. Wieber: “Zeker. Maar het is niet omdat iets een hype is, dat je er ook moet op ingaan. Wat RFID betreft, mag je niet vergeten dat wij veel met staal bezig zijn, vroeger een dooddoener voor RFID. Maar intussen is de technologie geëvolueerd en ook een stuk goedkoper geworden, zodat ook wij, samen met het Fraunhofer Institute for Material Flow and Logistics uit Dortmund, op zoek zijn gegaan naar de mogelijkheden van RFID in onze logistieke keten. Zo is er in het najaar van 2010 een test met RFID gepland tussen onze productiesite in Schweinfurt en Tongeren. Alle uitgaande pallets worden in Schweinfurt voorzien van een RFID-tag, die automatisch wordt gescand bij ontvangst in Tongeren. Eind november zetten we een stap verder en zullen uitgaande transportverpakkingen automatisch van een RFID-tag worden voorzien, zodat ze automatisch naar de dispatch areas uitgesorteerd kunnen worden.”
BL: “Hebben jullie verder nog belangrijke optimaliseringsprojecten lopen?”
O. Wieber: “Vandaag leggen we sterk de focus op de optimalisering van onze inbound logistics, m.a.w. factory logistics. Daarbij gaan we ervan uit dat de fabrieken hun focus moeten leggen op productie en zich niet moeten bezighouden met logistiek. Daarom gaan wij proberen ook heel de logistiek voor de productiemagazijnen te optimaliseren, net zoals we dat voor de distributie al hebben gedaan.”
TC.
Lees ook over de werking van WASS